Door Mare
(rubriek door een Oosterduiner)
Foto: Vogelbescherming.nl
Wanneer de koolmeesjes weer in de tuin hippen, aan de pindaslingers hangen of al babbelend rondvliegen, word ik altijd vrolijk.
De koolmees hoort bij de echte mezen en komt veelvuldig voor in Nederland en België. Het is een zangvogel en de meesten blijven het jaar rond in ons land.
De koolmees is gemakkelijk te herkennen: het is de grootste mees en heeft gele onderdelen en een zwarte middenstreep (stropdas), een zwarte kop met grote witte wangen en een mosgroene mantel. Een witte vleugelstreep op de blauwgrijze vleugels.
Het mannetje is wat geler en heeft een bredere stropdas (natuurlijk). De vrouwtjes vallen vooral op mannetjes met een brede stropdas. Die proberen ze te strikken.
Een jong heeft nog geen stropdas en is wat valer.
We zien ze zowel in bossen als in tuinen en parken. Ze zijn niet schuw en laten zich soms zelfs uit de hand pinda’s voeren.
Ze eten zaden, insecten, vet, beukennootjes enz. Ook vinden ze eikenprocessierupsen en andere rupsen erg lekker en zijn ons zo behulpzaam tegen vraat en jeuk.
Hun nest maken ze in nestkasten, boomholtes of gewoon in een brievenbus. Auw, een kaart op mijn kop.
Maar achter dit lieflijke gekwetter en die vrolijke kleurtjes schuilt ook een mini-roofvogel, een killer. In sommige omstandigheden valt de koolmees iets kleinere vogeltjes aan (barmsijsje, pimpelmees e.d.) en pikt ze dood. Hij hakt in op de kop van het slachtoffer en eet de hersentjes op.
Dat klinkt verschrikkelijk maar… wat doen wij mensen?….
Wanneer een koppeltje koolmezen elkaar heeft gevonden blijven zij gedurende een tot twee nestjes bij elkaar en nemen ze beide de verantwoordelijkheid voor het voeren van de jongen.
Het gebeurt ook dat het koppeltje hetzelfde nest jaren achter elkaar samen gebruikt.
Een gemiddeld nest bevat zeven tot zelfs vijftien eieren waarvan er meestal zes tot acht uitkomen. Ongeveer 60% hiervan zal volwassen worden (ongeveer 4 dus).
De broedtijd is 2 weken en na een dag of 17 – 20 zijn de jongen zelfstandig.
Pa en moe brengen eierschalen en ontlasting een eind weg van het nest om roofvogels om de tuin (nest) te leiden.
Er zijn ongeveer 500 000 à 600 000 paren koolmezen in ons land en het aantal stijgt nog steeds. De gemiddelde maximumleeftijd van een koolmees in goede levensomstandigheden bedraagt ongeveer 10 jaar. De oudste geringde en geregistreerde koolmees werd 15 jaar oud.
Koolmezen hebben gelukkig weinig last van klimaatverandering.
Omdat het seizoen van insecten steeds eerder intreedt, vervroegen ze hun broedperiode wel met gemiddeld een halve dag per jaar.
Ik vond dit prachtige gedicht van Hieronymus van Alphen (1904):
(P.s. een knip is een soort vogelval)
DE KOOLMEES
Mijn knip had in den boom een uurtje pas gehangen,
of deze koolmees zat erin.
Toen zei ik bij mij zelv“: wat zal ik vogels vangen!
Dat heet eerst recht een goed begin!
Maar ach, het zijn wel zeven dagen.
Ik zag in al die tijd geen vink of koolmees weer.
Nu ben ik heel ter neer geslagen.
Nu zeg ik bij mij zelv“: er zijn geen vogels meer.
Die al te groote dingen wacht
Omdat hem in t begin zijn pogingen gelukken,
Is even dwaas als wie tot wanhoop wordt gebracht,
Omdat hij voor een tijd voor tegenspoed moet bukken.
MARE

Zulke stukjes worden gewaardeerd. Meer bekendheid van het bos en zijn bewoners voor alle oude- en nieuwelingen in het bos, die er verder vanaf staan.
Pimpelmeesjes vind ik trouwens, in mijn tuin, baziger dan de koolmees. Op de Vlaamse gaai is dat roofvogel- gedoe meer van op toepassing.