Column van een bosgenoot: Ode aan de Gelderse Roos

Auteur: Redactie op 9 februari 2024

Ha, mijn dochter heet Roos en woont in Gelderland… dat bedenk ik nu pas. Tijdens een van mijn natuurwandelingen een paar jaar geleden, kwam ik deze prachtige struik tegen. Ik was meteen verliefd op die prachtige glimmende rode bessen en plantte er een aantal in mijn bostuin.

De Gelderse Roos (virburnum opulus) hoort tot de muskuskruidfamilie en kan anderhalve meter hoog worden. Hij komt vooral in de Benelux voor en met name in het rivierengebied of langs kreken en struweelranden. Ik zag hem gewoon aan de rand van een wandelpad langs het bos.
In mei/juni bloeit de struik in witte bloemen die in platte tuilen liggen.
Na de bloei komen er hangende trosjes met bessen die lang aan de struik blijven zitten.

Veel vogels mijden deze bessen maar vooral pestvogels vinden ze lekker. Toch smullen ook de goudvink, grote lijster en roodborst ervan. Ze eten ze pas als de vorst erover is gegaan.

Wij kunnen ze eten in kleine hoeveelheden maar ze zijn zuur en bitter.
In de Balkanlanden worden ze gekookt en tot een soort mousse verwerkt. De Indianen in Noord-Amerika ontdekten de geneeskrachtige werking van de schors van de Gelderse Roos bij menstruatieperikelen, baarmoederproblemen en bij krampen.
Fytotherapeuten hebben gelukkig nog kennis van het gebruik van de Gelderse Roos bij kwalen.

Vroeger werden de soepele takken gebruikt als bindmateriaal om zaken bij elkaar te binden. Van de takken werden wel pijpen gesneden of het hout werd als brandmateriaal gebruikt.

Er is een gecultiveerde soort (rosea) die in veel tuinen te vinden is en bloemen als een soort grote sneeuwballen heeft. Die verkleuren van groenig geel naar wit en vormen geen bessen.
Smaken verschillen maar geef mij de “wilde soort” maar met bessen voor de vogels.

Rode trosjes geluk
Hangen wit beijst
Vogels zijn er druk
Ik houd me gedijst.

MARE

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *