Door Marjolein Rooseboom, redactie Oosterduinen Journaal
Op zaterdagochtend 13 juni verzamelden zich tientallen belangstellenden in De Brinkhof om te praten over het thema Bebouwing in de Oosterduinen. De bijeenkomst was georganiseerd door de gemeente Noordenveld in het kader van de transitie van de Oosterduinen. Er waren vertegenwoordigers van Vitale Vakantieparken, een specialist in bouw en architectuur en natuurlijk de werkgroepleden van de transitiewerkgroep. De ochtend bestond uit een plenair en een interactief gedeelte. Dat laatste gebeurde in groepjes van vijf personen, die onder leiding van een gespreksleider ideeën uitwisselden over drie thema’s.
De bijeenkomst werd geopend door wethouder Robert Meijer. Hij vertelde dat hij bij aanvang van zijn loopbaan als wethouder nogal overmoedig beloofd had dat deze kwestie binnen zijn termijn geregeld zou zijn: “Noem het jeugdig enthousiasme, of misschien onervarenheid.” In elk geval heeft hij nu aanzienlijk meer ervaring en weet hij dat hij voorzichtig moet zijn met dit soort uitspraken. Het kan namelijk best zo zijn dat de gemeente met de bewoners afspraken maakt, maar dat de provincie daarna alsnog op de rem trapt. Gelukkig komt dat zelden voor, aldus Meijer.
Daarna nam projectleider Hugo Kampen van Vitale Vakantieparken Drenthe het woord. Hij schetste het hele traject dat we met elkaar tot nu toe hebben gelopen en gaf een vooruitblik op de vier themabijeenkomsten die er gehouden worden.
Vervolgens kwam Gerben Rouwenhorst aan het woord, ook namens Vitale Vakantieparken Drenthe. Hij stipte de provinciale omgevingsverordening aan, die leidend is voor transities zoals deze, en noemde het feit dat de Oosterduinen onderdeel uitmaakt van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit beperkt de mogelijkheden aanzienlijk, maar hij kon helaas niet zeggen op welke manier precies. Zo hangt het waarschijnlijk van het NNN af hoe hoog de natuurcompensatie moet zijn als je permanent wil gaan wonen in de Oosterduinen. Dat maakt het maken van keuzes wel ingewikkeld, zoals heel terecht vanuit de zaal werd opgemerkt.
Ook benadrukte hij dat deze bijeenkomst eigenlijk alleen van toepassing is op mensen die permanent willen gaan wonen in de Oosterduinen. Voor mensen die willen blijven recreëren verandert het helemaal niets. Maar als je in je huidige huisje in het bos wil gaan wonen, moet je huis voldoen aan bouwtechnische eisen op het vlak van licht, afmeting, isolatie en ventilatie. Pas als je een compleet nieuw huis wil gaan bouwen om er permanent in te gaan wonen, moet het voldoen aan de eisen die staan in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (voorheen het ‘Bouwbesluit’).
Balans leefdeel – bosdeel
Daarna was het de beurt van Arnout de Haan adviseur Ruimtelijke Ordening van de gemeente Noordenveld. Hij ging concreter in op het onderwerp van vandaag. Zo definieerde hij de term ‘bebouwing’ als alle bouwsels met een permanent karakter die verbonden zijn met de grond. Behalve het woonhuis, de schuur en de carport zijn dat dus ook de kippenhokken, houthokken en andere bouwwerken die we doorgaans niet meerekenen als we het bebouwde oppervlak proberen te berekenen. De Haan stelde voor om de totale bebouwing (dus inclusief ‘kippenhokken’) te uit te breiden tot maximaal 150 m2. Nu is dat gemiddeld 100 m2.
Ook introduceerde Arnout de Haan de termen ‘leefdeel’ en ‘bosdeel’. Dit onderscheid is van belang als we afspraken proberen te maken over de inrichting en het karakter van het terrein. Het leefdeel is het huis en de tuin, het bosdeel is het bosgebied dat de Oosterduinen het bosachtige karakter geeft. Er moet een balans zijn tussen leefdeel en bosdeel. Hoe die verhouding eruit moet zien, is een van de thema’s waar de aanwezigen over zouden gaan discussiëren. Het voorstel van de projectleiding en de werkgroep was om het leefdeel te beperken tot maximaal 300 m2, en maximaal 50% als het terrein kleiner is van 600 m2. De Haan gaf diverse voorbeelden hoe het leefdeel en bosdeel over het terrein verdeeld konden zijn. Dat kan aaneengesloten, maar dat hoeft natuurlijk niet.
Uiterlijk van de bebouwing
De volgende spreker was Leo Dijkstra, een medewerker van Libau die alles weet van bouw en architectuur. Hij presenteerde vooral een heleboel mogelijke bouwvormen en materialen, verlichting, erfafscheiding en bestrating. Hoe willen wij dat de bebouwing eruit moet komen zien? Mag het van glas, marmer of metalen zijn? Of vooral natuurlijke materialen? En wat vinden we van erfafscheidingen? Mogen die manshoog zijn of willen we zo transparant mogelijk? Of willen we helemaal niets vastleggen en mag iedereen het zelf weten? Ook over dit onderwerp mochten de deelnemers later die ochtend hun mening geven.
Praattafels
Na een korte pauze was het tijd voor de aanwezigen om hun stem te laten horen. Er waren drie thema’s waar we over mochten praten in groepjes van vijf personen: de balans tussen het bosdeel en het leefdeel, het uiterlijk van de bebouwing en wat te doen als een eigenaar zich niet aan de afspraken over het toegestane bouwoppervlak houdt. Bij elke tafel zat een gespreksleider met voorbeelden en stiften. De aanwezigen mochten zich uitleven met de stiften op het papieren tafelkleed. Er werd met veel inzet gediscussieerd en ideeën gespuid.
Naschrift: Johan van de Garde, voorzitter van de VvHO, vond het een prettige en goed georganiseerde bijeenkomst. Hij zegt dat de opbrengst van deze sessie spoedig gedeeld zal worden door Vitale Vakantieparken Drenthe en dat deze informatie ook op de website van de gemeente Noordenveld wordt gezet. Wordt vervolgd.